MRI als stralingsvrije methode om longschade bij jonge kinderen met muco in beeld te brengen

donderdag, mei 24, 2018

Het onderzoek naar een vollediger inzicht in en een betere behandeling van muco staat niet stil en er bereiken ons dan ook geregeld – gelukkig maar – berichten over nieuwe therapieën. Deze hebben als doel de longaantasting te vertragen en in dat opzicht is het belangrijk dat de behandeling zo snel mogelijk na de diagnose gestart wordt. Om te evalueren of een nieuwe therapie aanslaat, wordt er over het algemeen een longfunctiemeting uitgevoerd. Dit is echter niet mogelijk bij kleine kinderen omdat zij nog niet betrouwbaar kunnen blazen, en ook omdat een longfunctiemeting niet gevoelig genoeg is om de eerste tekenen van longschade aan te tonen. Deze zijn wel zichtbaar op een CT-scan [1], maar die techniek heeft dan weer als nadeel dat er straling vrijkomt. Omdat blootstelling aan te veel straling niet wenselijk is, vooral niet bij kinderen in de groei, wordt deze beeldvormingsmethode dan ook niet meer dan strikt noodzakelijk toegepast.

MRI [2] (magnetic resonance imaging) is een nieuwe manier om de longen in beeld te brengen zonder het gebruik van straling. Duitse onderzoekers uit Heidelberg konden eerder al beginnende afwijkingen in de longen van jonge kinderen met muco aantonen met behulp van MRI. In deze studie hebben ze getest of deze techniek ook bruikbaar was in drie andere centra, en of men overal gelijkaardige resultaten bekwam. Dit is met name belangrijk in klinische studies die in meerdere centra tegelijkertijd worden uitgevoerd, opdat resultaten over de verschillende centra heen met elkaar vergeleken zouden kunnen worden.

Hiertoe werden in drie Duitse centra MRI-scans genomen van in totaal 42 kinderen tussen nul en zes jaar. De onderzoekers konden aantonen dat deze scans vergelijkbaar waren over alle centra heen, en dat MRI dus kan gebruikt worden als stralingsvrije methode om de ernst van de longaantasting bij jonge kinderen in te schatten. Volgens de wetenschappers is deze techniek dan ook niet enkel geschikt om de doeltreffendheid van nieuwe therapieën tijdens klinische studies te meten, maar ook voor routinematig gebruik in de kliniek.

Aan het gebruik van MRI zijn wel enkele nadelen verbonden. Net zoals dit meestal ook het geval is bij een CT-scan van de longen, is het gebruik van contrastvloeistof (dat intraveneus toegediend moet worden) noodzakelijk in dit geval. Dit kan soms leiden tot allergische reacties. Ook duurt het nemen van een MRI-scan zo’n 25 minuten. Gedurende heel deze periode is het belangrijk dat de patiënt zo stil mogelijk blijft liggen. Bij kleine kinderen is het daarom soms noodzakelijk ze eventjes in slaap te doen tot de scan achter de rug is.

Met enkele geplande klinische studies waarin MRI zal gebruikt worden om de evolutie van longschade bij kinderen met muco in beeld te brengen, lijkt het erop dat deze stralingsvrije techniek ingang aan het vinden is bij onderzoekers.  

Dit artikel is een bewerking van de Engelstalige samenvatting die de onderzoekers zelf geschreven hebben. Het volledige wetenschappelijke artikel vind je hier.




[1] Bij een CT-scan worden via röntgenstralen beelden van een deel van het lichaam gemaakt. De patiënt ligt tijdens het onderzoek op een tafel terwijl er een röntgenbuis rondom hem draait. Een detector meet de doorgelaten straling vanuit verschillende invalshoeken. Met behulp van een krachtige en snelle computer wordt die informatie in CT-beelden vertaald. De CT-scan wordt gebruikt voor onderzoeken van het hele lichaam. Longopnames met de CT-scan worden vooral gemaakt om een fijnere diagnose te kunnen stellen bij chronische longziekten of specifieke longaandoeningen.

[2] MRI maakt gebruik van een krachtig magneetveld en radiofrequentiegolven. De patiënt wordt in een tunnel geschoven, waarna resonantiegolven worden opgewekt als gevolg van een ingewikkelde wisselwerking tussen het aanwezige magneetveld en de radiofrequentiegolven. Dat resulteert in beelden van het lichaam. MRI wordt in de eerste plaats gebruikt om het centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg) in kaart te brengen. MRI-onderzoek is een stuk gevoeliger dan een CT-scan, waardoor de techniek het mogelijk maakt om kleine afwijkingen in een vroeg stadium op te sporen.