Gentherapie opnieuw een onderzoekspiste bij mucoviscidose dankzij jonge Leuvens onderzoekers

woensdag, november 18, 2015

"Gentherapie kan muizen met mucoviscidose genezen. Nu de mensen nog.” bloklettert hetgerenommeerd populaire wetenschapstijdsschrift EOS op haar website op 16 november...

Wij informeerden al meerdere keren over het beloftevolle onderzoek van een aantal jonge Leuvense onderzoekers m.b.t. gentherapie bij mucomuizen. Nu kunnen ze ons vol vreugde melden dat hun onderzoek belangrijke vooruitgang boekte: “Met een nieuwe vorm van gentherapie kan men muizen met mucoviscidose genezen. En ook celkweekjes van mucopatiënten reageren er goed op.”

We weten dat bij mucopatiënten de chloorkanalen in de celwand van o.a. de longen en pancreas onvoldoende werken of afwezig zijn, met als gevolg dat slijmen taai worden en niet afgevoerd raken.

“Er is sinds een paar jaar een medicijn op de markt dat die defecte chloorkanalen kan herstellen. Helaas werkt het geneesmiddel slechts bij een paar procent van alle patiënten. Vroeger werd al onderzoek gedaan naar gentherapie bij muco, maar zonder goed resultaat: de therapie bleek veilig, maar verbeterde het ziektebeeld niet. Daarom was het geloof in gentherapie een beetje verloren gegaan. Nu er recent successen geboekt zijn met gentherapie bij andere ziektes zoals hemofilie en aangeboren blindheid, vonden we het nuttig om het voor muco opnieuw te onderzoeken”, legt professor Zeger Debyser van de Onderzoeksgroep Moleculaire Virologie en Gentherapie uit.

Dragana Vidovic en Marianne Carlon, twee jonge onderzoekers van het team die ook al gesteund werden door onze vereniging, onderzochten een gentherapie op basis van ‘recombinante adeno-geassocieerde virale vectoren (rAAV)’.  Dat zijn afgeleiden van een vrij onschuldig virus, het zogenaamde ‘adenogeassocieerd virus’ (AAV), waarbij erfelijk materiaal voor het chloorkanaal is ingebracht. Een gezonde kopie van het CFTR-gen wordt zo binnengesmokkeld in de zieke cellen. Zowel bij muizen met mucoviscidose als bij celkweekjes van mucopatiënten gaf dat goede resultaten: “De muizen kregen het rAAV toegediend via de luchtwegen en de meeste mucomuizen herstelden.” Ook bij de celculturen bootsten we mini-darmpjes van mucopatiënten na (nvdr: de zogenaamde ‘organoids’ waarover je meer kan lezen in het contactblad van september en op onze site) en zagen we een herstel van het vochttransport.”

Een gentherapie voor muco is echter nog niet voor morgen, waarschuwt Debyser: “We mogen mucopatiënten geen valse hoop geven. Dit vergt nog jaren werk: het is geen onderzoek op mensen, maar op muizen en celkweekjes. We weten ook nog niet hoelang de gentherapie werkt. Maar de boodschap is dat gentherapie opnieuw op de onderzoeksagenda moet staan als een optie voor een behandeling van mucoviscidose.”

Aan dit beloftevolle onderzoek werd meegewerkt door jonge onderzoekers, waaronder Marianne Carlon en Dragana Vidovic van de KULeuven, en experts uit verschillende landen die de voorbije jaren deelnamen aan de EYIM, de European Young Investigators Meeting, die mee georganiseerd wordt door onze vereniging!  De onderzoeksgroep werd ook financieel gesteund door het Fonds Jean en Alphonse Forton.

De onderzoeksresultaten verschenen in de American Journal of Respiratory and Critical Care Medicine: "rAAV-CFTRΔR Rescues the Cystic Fibrosis Phenotype in Human Intestinal Organoids and CF Mice” - http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/26509335